Leren jas met solex

Wie kende haar niet: Het boegbeeld van de wijkverpleging anno 1950?
In een leren jas (reg no 6046) kwam zij door weer en wind op de fiets of op de solex (reg no 7312) langs. De jas is van zeer degelijke kwaliteit en weegt 4,5 kg. Het duurde nog wel tot ca 1970 dat er mondjesmaat auto’s werden aangeschaft voor de wijkverpleegster: het begon met een Citroen deux chevaux, later een Volkswagen. Van busjes kon men nog slechts dromen…….

Luierdroger

Reg no 04147 Luierdroger.
Deze werden gebruikt in arme gezinnen thuis; wijkverpleegsters hebben ze zeker in afgelegen boerderijen en kleine arbeiderswoningen gezien .
Lang vóór de tijd van Centrale Verwarming, volautomatische wasmachines en pampers, moesten katoenen  luiers in de tobbe worden gewassen en daarna gedroogd. Zie dat laatste  maar eens voor elkaar te krijgen in kinderrijke, klein behuisde gezinnen!
In de koperen bak werden gloeiende kolen gelegd en op het platte bovenste deel werden de luiers neergelegd.
Meestal werd de luierdroger naast de kachel geplaatst om het drogen van de luiers te bevorderen.

Oefenmateriaal Binnen Gasthuis Amsterdam

Oefenmateriaal Binnen Gasthuis Amsterdam, ca 1900 reg no 03255.
Bed met pop in tractie. Tot ca 1975 was tractie na een fractuur van arm of been de methode om de gebroken botstukken ten opzichte van elkaar in de juiste stand te krijgen. Met behulp van gewichten werden de botstukken in elkaars verlengde recht gehouden; regelmatig werd dit met behulp van Röntgenfoto’s gecontroleerd. Pas als het er goed uitzag werd de last van de gewichten verminderd en kon het aan elkaar groeien van de breukvlakken veilig worden afgewacht. Dit kon heel lang duren en voor de patiënten, die niet ziek waren, betekende dit een aanslag op het geduld. Vanaf ca 1980 worden gebroken botten operatief in de juiste stand gebracht en bevestigd. Dit is een buitengewoon fraai object in de collectie van SHVB: de pop is van porselein, het beddengoed van linnen en de deken met het embleem van het Binnengasthuis is van zuiver wol.

Inhalator van Raunenstein porselein

Reg no 03931
Inhalator van Raunenstein porselein, compleet met spiritusbrander, lekbeker en vlammen dover.
Het principe was, dat vloeibare medicatie in het bakje werd gedruppeld. Het reservoir werd gevuld met water dat door de spiritusbrander aan de kook werd gebracht. Daardoor kwam er stoom uit de horizontale tuit, en door kracht van die straal stoom werd medicatie aangezogen door het verticale buisje in het bakje. Zo werd de stoom uit de horizontale buis vermengd met het medicijn  dat werd opgevangen in het brede gedeelte van de  glazen buis. De patiënt inhaleerde het mengsel aan de andere kant van de glazen buis.

Onder het rode kruis is de volgende tekst te lezen in rode letters: ‘Porzellan DRGM ‘ Die letters staan voor Deutsches Reichs Gebrauchs Muster, een wettig handelsmerk dat in Duitsland is 1891 is vastgesteld; NB het is niet een PATENT. Porseleinfabriek Raunenstein was actief tot 1931. Conclusie: deze inhalator is vervaardigd tussen 1891 en 1931.

Houten couveuse met gordijnen

Reg no 1836 Houten couveuse met gordijnen; deze beschermden de vroeggeboren baby tegen overmatige prikkels; het ging niet zozeer om de privacy . De couveuse werd verwarmd door koperen kruiken en is aan SHVB geschonken door de wijkverpleegkundige die tijdens WO II er zelf mee heeft gewerkt. De glazen bovenkant kan woorden opgetild en vastgezet; het ventilatierooster is buiten beeld, maar het bevindt zich aan de zijkant.

Insigne Wet Ziekenverpleging

In 1921 trad de Wet Ziekenverpleging in werking; wie het diploma haalde kreeg dit insigne, met alleen het zilverkleurige kruis er op: dat stond voor ziekenverpleging A.
De draagster van dit insigne heeft de opleiding ziekenverpleging A dus voltooid en er later nog drie aantekeningen bij behaald: de kraamaantekening (ooievaar), de kinderaantekening ( puntjes) en de wijkverpleging (hoekjes) .
Het insigne stamt uit 1966 en behoorde hoogstwaarschijnlijk toe aan een vrouw; mannen waren in die jaren nog zeldzaam in de kraam- en wijkverpleging.

Glazen borstkolf

Reg no 1163: geheel intacte glazen borstkolf ca 1920.
met rubber slang die aan een ballon kon worden bevestigd om de moedermelk af te kolven. Deze werd dan opgevangen in het glazen reservoir. De kolf en toebehoren bevinden zich in de originele verpakking.

Houten couveuse

reg. no 4957 Deze houten couveuse uit ca 1930 kon op twee manieren worden verwarmd; als de elektriciteit uitviel werd het element verwisseld voor een houder waarin kruiken werden geplaatst. De maker is dus zeer grondig te werk gegaan en heeft overal rekening mee gehouden. De couveuse staat op een onderstel en is voorzien van ventilatieroosters en een houder voor een bakje met vloeistof.